Vanochtend al op tijd weg want we hebben een lange dag te gaan.
We rijden grotendeels langs de kust en het is prachtig! Hoge bergen links en rechts en we rijden een onverharde weg er tussen door. Gelukkig hebben we koffie meegenomen want hier is echt NIETS. Na een lange tocht komen we op het meest westelijke puntje van IJsland (en van Europa). Daar klimmen we te voet naar boven want hier op de kliffen nestelen de papagaaiduikers (en veel soorten meeuwen). Er is een witte rand naast de klif gespoten waar je niet overheen mag. De nesten ondermijnen nl. De klifrand en we willen niet naar beneden vallen. Hier staan ook allerlei bordjes voor dus: niet te dicht langs de rand. We zien diverse vogels en ja óók papegaaiduikers! Ze zien er schattig uit. Een beetje dik en ze doen me aan mini-pinguins denken. Ze vliegen af en aan met voer. De jongen zijn al behoorlijk groot, vanaf augustus zijn ze ook allemaal weer weg, dus we boffen dat ze er nu nog zijn.
Na onze (toch wel flinke) wandeling langs de kliffen eten we ons meegebrachte brood en rijden richting waterval. Onderweg zien we een zwembad langs de kant van de weg. We stoppen. Ruud voelt het water dat warm blijkt te zijn en ziet daarna in een bijgelegen meertje mensen dobberen. We kleden ons om en gaan ook het warme meertje in. Heerlijk! Het water is zowaar schoon en stinkt niet naar zwavel (en wij na het badderen dus ook niet).
Weer verder het binnenland in wordt de weg slechter maar we gaan stug door. We willen immers de Dynjandi waterval zien. Volgens de kaart moeten we er op een gegeven moment zijn, maar we zien niets. We rijden verder naar beneden naar de kust en hopen hem vanaf daar te kunnen spotten. Dat is ook zo. Prachtig!
Het zijn eigenlijk een aantal watervallen bij elkaar. We begrijpen nu ook waarom we eerst niets zagen. De waterval lag bijna naast de weg, maar we waren aan de bovenkant. Er liep daar wel een weggetje naar toe, maar die was afgesloten met rotsen. Na een tijdje bij de waterval rondgelopen te hebben, gingen we weer op de terugweg naar ons huisje.
Het was weer een lange slechte weg, maar met prachtige vergezichten. Het is maar goed dat het hier zo lang licht is want het werd later en later. We hadden het plan om in het huisje te eten, maar de navigatie gaf aan dat we daar pas rond 11 uur zouden aankomen. Dan maar onderweg eten. De eerste plaats die we zouden aandoen zouden we om half 10 bereiken. Aangezien de keuken hier meestal al om 21.00 uur sluit was dit ook geen optie. Dan maar bij de eerste (en enige) eetgelegenheid stoppen. We kwamen daar rond 20.15 aan en het was er DRUK. Blijkbaar waren we niet de enigen met dit idee. We kregen verrassend vlot onze hamburger met friet die prima smaakte. Daarna weer verder richting huisje. We kwamen hier om 23.00 uur aan, en waren nog voor het donker thuis. De zon gaat hier namelijk pas om 23.27 onder.